aaien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aai·en
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aaien |
aaide |
geaaid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aaien
- (overgankelijk) zachtjes met de hand iets strelen
- Onze hond kwispelt altijd met zijn staart als hij geaaid wordt.
Synoniemen
Vertalingen
1. zachtjes strelen
Zelfstandig naamwoord
aaien mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord aai