Tim
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /tɪm/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /tɪm/
Woordafbreking
- Tim
Woordherkomst en -opbouw
- Verkorting van Timotheus.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | Tim | - |
| verkleinwoord | Timmetje | - |
Eigennaam
Tim m
- (mannelijke naam) een jongensnaam
- Tim ging meestal met de motor naar zijn werk.