zoor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoor
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zoor zoorder zoorst
verbogen zore zoordere zoorste
partitief zoors zoorders -

Bijvoeglijk naamwoord

zoor

  1. uitgedroogd, opgebrand, afgeleefd
    • Kijk m'n zore handen toch eens... 

Gangbaarheid

6 % van de Nederlanders;
7 % van de Vlamingen.