zonnetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·tje

Zelfstandig naamwoord

zonnetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zon

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie