zeverden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ver·den

Werkwoord

vervoeging van
zeveren

zeverden

  1. meervoud verleden tijd van zeveren
    • Wij zeverden. 
    • Jullie zeverden. 
    • Zij zeverden.