zenig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·nig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zenig zeniger zenigst
verbogen zenige zenigere zenigste
partitief zenigs zenigers -

Bijvoeglijk naamwoord

zenig

  1. gekenmerkt door taaie pezen
    • Het zenige vlees was van matige kwaliteit. 

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
15 % van de Vlamingen.