worg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • worg

Werkwoord

vervoeging van
worgen

worg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van worgen
    • Ik worg. 
  2. gebiedende wijs van worgen
    • Worg! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van worgen
    • Worg je?