wikkel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wik·kel
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
wikkelen

wikkel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wikkelen
    • Ik wikkel. 
  2. gebiedende wijs van wikkelen
    • Wikkel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wikkelen
    • Wikkel je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be