wierp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wierp

Werkwoord

vervoeging van
werpen

wierp

  1. enkelvoud verleden tijd van werpen
    • Ik wierp. 
    • Jij wierp. 
    • Hij, zij, het wierp. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.