wettig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wet·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van wet met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wettig wettiger wettigst
verbogen wettige wettigere wettigste
partitief wettigs wettigers -

Bijvoeglijk naamwoord

wettig

  1. in overeenstemming met de wet
    Hier valt niet over te twisten, dit is een wettig besluit!

Werkwoord

vervoeging van
wettigen

wettig

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wettigen
    Ik wettig.
  2. gebiedende wijs van wettigen
    Wettig!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wettigen
    Wettig je?