weefden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weef·den

Werkwoord

vervoeging van
weven

weefden

  1. meervoud verleden tijd van weven
    • Wij weefden. 
    • Jullie weefden. 
    • Zij weefden.