vruchtensuikertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vruch·ten·sui·ker·tje

Zelfstandig naamwoord

vruchtensuikertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord vruchtensuiker