voorkom
Uiterlijk
- voor·kom
| vervoeging van |
|---|
| voorkomen |
vóórkom
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorkomen
- ... dat ik vóórkom.
- «Dit zijn de video's waarin ik voorkom.»
- Dit zijn de video's waarin je mij kunt vinden.
| vervoeging van |
|---|
| voorkomen |
voorkóm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorkomen
- Ik voorkom.
- gebiedende wijs van voorkomen
- Voorkom!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorkomen
- Voorkom je?
- «Ik voorkom misverstanden door duidelijk te spreken»
- Doordat ik duidelijk spreek, zorg ik dat er geen misverstanden zijn.
- Het woord voorkom staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
| stamtijd | |
|---|---|
| infinitief | voltooid deelwoord |
| voorkom |
voorgekom |
| volledig | |
vóórkom
| stamtijd | |
|---|---|
| infinitief | voltooid deelwoord |
| voorkom |
voorkom |
| volledig | |
voorkóm
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Klemtoonhomogram in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Afrikaans
- Klemtoonhomogram in het Afrikaans
- Woorden in het Afrikaans met audioweergave
- Werkwoord zonder scheidbaarheidsparameter in het Afrikaans
- Werkwoord in het Afrikaans