voorkom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • voor·kom

Werkwoord

vervoeging van
voorkomen

voorkóm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorkomen
    • Ik voorkom. 
  2. gebiedende wijs van voorkomen
    • Voorkom! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorkomen
    • Voorkom je? 

Werkwoord

vervoeging van
voorkomen

vóórkom

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorkomen
    • ... dat ik vóórkom. 


Afrikaans

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
voorkom
voorkom
volledig

Werkwoord

voorkóm

  1. voorkómen
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
voorkom
voorgekom
volledig

Werkwoord

vóórkom

  1. vóórkomen