Naar inhoud springen

vielen

Uit WikiWoordenboek
  • vie·len
vervoeging van
vallen

vielen

  1. meervoud verleden tijd van vallen
    • Wij vielen. 
    • Jullie vielen. 
    • Zij vielen. 
     En toen vielen we zelf stil, ik achter de houten balie, hij aan de andere kant, met het in bruin papier gewikkelde pakje tussen ons in.[1]
     Marjorie Quick was klein en tenger, met een kaarsrechte rug, en bij haar manier van kleden vielen Pamela's inspanningen totaal in het niet.[1]
     We vielen in slaap onder een brug, waardoor we in de ochtend moesten meebewegen met de schaduw.[2]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia