vertoefde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·toef·de

Werkwoord

vervoeging van
vertoeven

vertoefde

  1. enkelvoud verleden tijd van vertoeven
    • Ik vertoefde. 
    • Jij vertoefde. 
    • Hij, zij, het vertoefde. 
  2. verbogen vorm van vertoefd, voltooid deelwoord van vertoeven