vertelden
Uiterlijk
- ver·tel·den
| vervoeging van |
|---|
| vertellen |
vertelden
- meervoud verleden tijd van vertellen
- Wij vertelden.
- Jullie vertelden.
- Zij vertelden.
- Wij vertelden.
- ▸ Ze genoten van hun psychedelische trip en vertelden uitgebreid over alle mooie kleuren die ze zagen.[1]
- ▸ Hij was gaan huilen van woede en verdriet en had niet willen luisteren toen we hem vertelden hoe gevaarlijk deze diertjes waren.[2]
- ▸ Met taxi's gingen we terug naar de flat van Sam en Patrick; we vertelden de taxichauffeurs dat onze vrienden net getrouwd waren.[3]
- Het woord vertelden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Tatiana Rosnay“Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704