Naar inhoud springen

vertellen

Uit WikiWoordenboek
  • ver·tel·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertellen
vertelde
verteld
zwak -d volledig

[A] vertellen

  1. overgankelijk een al of niet ware gebeurtenis verhalen; spreken over een al dan niet ware gebeurtenis
    • Een verhaal vertellen. 
     In de conformistische dagen van nu is de tentoonstelling meer dan een overzicht van leven en werk van een geliefde Drentse blueszanger. Het is ook de expositie van een voorbij tijdperk. De posters en de platenhoezen verhalen over meer dan over muziek alleen. Ze vertellen over jong en wild zijn, langharig, in spijkerbroek. Over bier, liefde en verdriet. Het maakt nostalgisch. Om de blues van te krijgen.[2]
     Er werd verteld hoe eens een abt verbood in zijn klooster Sinterklaasliedjes te zingen, niettegenstaande de smeekbeden van de monniken.[3]
     Ze had me twee weken eerder verteld over haar leven als kunstenaar op een tropisch eiland in Maleisië.[4]

[B] vertellen

  1. wederkerend zich ~ verkeerd tellen, een telfout maken
    • Iedereen kan zich vertellen. 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. vertellen op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS
  3. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 14
  4. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

vertellen

  1. vertellen; een al of niet ware gebeurtenis verhalen

vertellen

  1. vertellen; een al of niet ware gebeurtenis verhalen