vertellen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·tel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertellen
vertelde
verteld
zwak -d volledig

Werkwoord

[A] vertellen

  1. overgankelijk een al of niet ware gebeurtenis verhalen
    • Een verhaal vertellen. 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

[B] vertellen

  1. wederkerend zich ~ verkeerd tellen, een telfout maken
    • Iedereen kan zich vertellen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen