vertelde
Uiterlijk
- ver·tel·de
| vervoeging van |
|---|
| vertellen |
vertelde
- enkelvoud verleden tijd van vertellen
- Ik vertelde.
- Jij vertelde.
- Hij, zij, het vertelde.
- Ik vertelde.
- ▸ Een onbekende stem vertelde een eindeloos lange mop met een zeer matige clou, maar ik was allang blij afgeleid te worden.[1]
- ▸ Het blijft magisch: Donateur Sijla van Leeuwen uit Doetinchem keek geboeid toe, samen met haar man. Dit was 'haar' 25ste vrijlating in veertig jaar tijd. "We zijn er echt mee vergroeid", vertelde ze. "Elke keer dat ik een zeehond zie wegzwemmen, raakt me dat. Ze kijken eerst even om zich heen, soms komen ze nog even terug en dan gaan ze. Dat blijft magisch."[2]
- verbogen vorm van verteld, voltooid deelwoord van vertellen
- Het woord vertelde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Weblink bron “Pieterburen is echt (bijna) leeg na vrijlating Ollie en Brandy” (20 april 2025), NOS