verteer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·teer

Werkwoord

vervoeging van
verteren

verteer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verteren
    • Ik verteer. 
  2. gebiedende wijs van verteren
    • Verteer! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verteren
    • Verteer je? 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.