verstikten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·stik·ten

Werkwoord

vervoeging van
verstikken

verstikten

  1. meervoud verleden tijd van verstikken
    • Wij verstikten. 
    • Jullie verstikten. 
    • Zij verstikten.