vermaande

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·maan·de

Werkwoord

vervoeging van
vermanen

vermaande

  1. enkelvoud verleden tijd van vermanen
    • Ik vermaande. 
    • Jij vermaande. 
    • Hij, zij, het vermaande. 
  2. verbogen vorm van vermaand, voltooid deelwoord van vermanen