verlaagt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·laagt

Werkwoord

vervoeging van
verlagen

verlaagt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlagen
    • Jij verlaagt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlagen
    • Hij verlaagt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van verlagen
    • Verlaagt!