verjoegen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·joe·gen

Werkwoord

vervoeging van
verjagen

verjoegen

  1. meervoud verleden tijd van verjagen
    • Wij verjoegen. 
    • Jullie verjoegen. 
    • Zij verjoegen. 
Synoniemen