verheelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·heel·de

Werkwoord

vervoeging van
verhelen

verheelde

  1. enkelvoud verleden tijd van verhelen
    • Ik verheelde. 
    • Jij verheelde. 
    • Hij, zij, het verheelde. 
  2. verbogen vorm van verheeld, voltooid deelwoord van verhelen