verflenste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·flens·te

Werkwoord

vervoeging van
verflensen

verflenste

  1. enkelvoud verleden tijd van verflensen
    • Ik verflenste. 
    • Jij verflenste. 
    • Hij, zij, het verflenste. 
  2. verbogen vorm van verflenst, voltooid deelwoord van verflensen