vandaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • van·daan
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     vandaan  
 persoonlijk     ervandaan  
aanwijz.   nabij     hiervandaan  
  veraf     daarvandaan  
  vragend/betrekk.     waarvandaan  

Voornaamwoordelijk bijwoord

vandaan

  1. voorzetselbijwoord: weg van
    • Ga bij dat raam vandaan! 
  2. prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    • Waar kom je vandaan? 
Hyponiemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.