tuiltje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tuil·tje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

tuiltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord tuil


Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen