Naar inhoud springen

treiter

Uit WikiWoordenboek
  • trei·ter
vervoeging van
treiteren

treiter

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van treiteren
    • Ik treiter. 
  2. gebiedende wijs van treiteren
    • Treiter! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van treiteren
    • Treiter je? 
97 %van de Nederlanders;
85 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be