Naar inhoud springen

transites

Uit WikiWoordenboek
vervoeging van
transiter

transites

  1. tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van transiter
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van transiter
vervoeging van
transitar

transites

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van transitar
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van transitar