timmerden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tim·mer·den

Werkwoord

vervoeging van
timmeren

timmerden

  1. meervoud verleden tijd van timmeren
    • Wij timmerden. 
    • Jullie timmerden. 
    • Zij timmerden.