Naar inhoud springen

tienduizenden

Uit WikiWoordenboek
  • tien·dui·zen·den

detienduizendenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord tienduizend
     Dan kunnen wij er tienduizenden guldens in pompen, maar voor ons is dat dweilen met de kraan open.[1]
     De eerste steden verrezen uit de vlakten en werden bevolkt door tienduizenden mensen.[2]
  1. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  2. Rebecca Boyle
    “Onze maan” (2025), ZWARTJES & LABOVIĆ, ISBN 9789039100936