Naar inhoud springen

tache

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: tâche
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  tache     la tache     taches     les taches  

tache v

  1. (vuile) vlek; vuile plek; smet [1]
  2. (figuurlijk) smet [2]; schandvlek
  3. huidvlek; vlekje op de huid; sproet
  4. (spreektaal) nul
    «Didier, il touche bien en math mais en informatique c’est une tache
    Didier scoort goed bij wiskunde maar hij kan echt niks van informatica. [1]
vervoeging van
tacher

tache

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van tacher
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van tacher
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van tacher