suste
Uiterlijk
- sus·te
| vervoeging van |
|---|
| sussen |
suste
- enkelvoud verleden tijd van sussen
- Ik suste.
- Jij suste.
- Hij, zij, het suste.
- Ik suste.
- Het woord suste staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- sus·te
| Naar frequentie | 29240 |
|---|
suste
- tegenwoordige tijd van suse
- suste rundt
- sus·te
suste
- tegenwoordige tijd van susa
- suste rundt
suste
- tegenwoordige tijd van suse
- suste rundt
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Noors
- Woorden in het Noors van lengte 5
- Werkwoordsvorm in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Woorden in het Nynorsk van lengte 5
- Werkwoordsvorm in het Nynorsk