survive

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to survive
he/she/it survives
verleden tijd survived
voltooid
deelwoord
survived
onvoltooid
deelwoord
surviving
gebiedende wijs survive

Werkwoord

survive

  1. overleven
    A history professor looks to the past to remind us to do what we can in the face of the unthinkable: 20 Lessons from the 20th Century on How to Survive in Trump’s America [1]


Verwijzingen
  1. inthesetimes.com