supporterden
Uiterlijk
- sup·por·ter·den
| vervoeging van |
|---|
| supporteren |
supporterden
- meervoud verleden tijd van supporteren
- Wij supporterden.
- Jullie supporterden.
- Zij supporterden.
- Wij supporterden.
- Het woord supporterden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.