supporteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sup·por·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
supporteren
supporterde
gesupporterd
zwak -d volledig

Werkwoord

supporteren

  1. (sport) aanmoedigen van een club of van een speler
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen