stimuli

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sti·mu·li

Zelfstandig naamwoord

stimuli mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stimulus

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.