stiet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stiet

Werkwoord

vervoeging van
stoten

stiet

  1. enkelvoud verleden tijd van stoten
    • Ik stiet. 
    • Jij stiet. 
    • Hij, zij, het stiet. 

Gangbaarheid

34 % van de Nederlanders;
25 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be