stalken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stal·ken
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

stalken

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stalken
stalkte
gestalkt
zwak -t volledig
  1. hinderlijk volgen, belagen, dwangmatig volgen
    • De man stalkte zijn ex-vriendin.  

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be