sponsorde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spon·sor·de

Werkwoord

vervoeging van
sponsoren

sponsorde

  1. enkelvoud verleden tijd van sponsoren
    • Ik sponsorde. 
    • Jij sponsorde. 
    • Hij, zij, het sponsorde.