splits

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • splits

Werkwoord

vervoeging van
splitsen

splits

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van splitsen
    • Ik splits. 
  2. gebiedende wijs van splitsen
    • Splits! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van splitsen
    • Splits je? 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie