Naar inhoud springen

spatter

Uit WikiWoordenboek
  • spat·ter
vervoeging van
spatteren

spatter

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spatteren
    • Ik spatter. 
  2. gebiedende wijs van spatteren
    • Spatter! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spatteren
    • Spatter je? 
enkelvoud meervoud
spatter spatters

spatter

  1.  spat zn 
  2. spattend, spetterend geluid
vervoeging
onbepaalde wijs to  spatter 
he/she/it  spatters 
verleden tijd  spattered 
voltooid
deelwoord
 spattered 
onvoltooid
deelwoord
 spattering 
gebiedende wijs  spatter 

spatter

  1. onovergankelijk een spattend geluid maken, klateren,  spatten ww 
  2. overgankelijk bespatten
  1. spatter, Online Etymology Dictionary