spannetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • span·ne·tje

Zelfstandig naamwoord

spannetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord spanne
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord span

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.