spaarde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spaar·de

Werkwoord

vervoeging van
sparen

spaarde

  1. enkelvoud verleden tijd van sparen
    • Ik spaarde. 
    • Jij spaarde. 
    • Hij, zij, het spaarde.