sneesde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snees·de

Werkwoord

vervoeging van
snezen

sneesde

  1. enkelvoud verleden tijd van snezen
    • Ik sneesde. 
    • Jij sneesde. 
    • Hij, zij, het sneesde.