snezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sne·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
snezen
sneesde
gesneesd
zwak -d volledig

Werkwoord

snezen

  1. overgankelijk stelen, helen, verdonkeremanen
    • M'n fiets is weer eens gesneesd... 

Gangbaarheid

12 % van de Nederlanders;
17 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be