smeek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smeek

Werkwoord

vervoeging van
smeken

smeek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smeken
    • Ik smeek. 
  2. gebiedende wijs van smeken
    • Smeek! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smeken
    • Smeek je?