smaakvol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smaak·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen smaakvol smaakvoller smaakvolst
verbogen smaakvolle smaakvollere smaakvolste
partitief smaakvols smaakvollers -

Bijvoeglijk naamwoord

smaakvol

  1. smaak hebben.
    • Het was een smaakvolle maaltijd. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.