smaakte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smaak·te

Werkwoord

vervoeging van
smaken

smaakte

  1. enkelvoud verleden tijd van smaken
    • Ik smaakte. 
    • Jij smaakte. 
    • Hij, zij, het smaakte.