slonk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slonk

Werkwoord

vervoeging van
slinken

slonk

  1. enkelvoud verleden tijd van slinken
    • Ik slonk. 
    • Jij slonk. 
    • Hij, zij, het slonk. 

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be